Uw rijbewijs en uw toekomst staan op het spel — laat het niet lopen
Een rijbewijs is niets meer dan een vergunning om een voertuig te mogen besturen. U merkt pas wat het rijbewijs u waard is, op het moment dat u het kwijtraakt. De inbeslagname van een rijbewijs raakt namelijk ieder aspect van uw leven, zowel privé als zakelijk. Daarom is het van belang zo snel mogelijk contact op te nemen met een verkeersadvocaat van Keizer Strafrecht. De ademanalyse, de meting en de procedure zijn vaker aanvechtbaar dan mensen denken.
Het hele verkeersstrafrecht, van overtreding tot misdrijf
Verkeersdelicten lopen sterk uiteen. Aan de lichte kant staan overtredingen die met een boete of strafbeschikking worden afgedaan; aan de zware kant misdrijven als rijden onder invloed (art. 8 WVW), gevaarlijk rijgedrag (art. 5 WVW) en het door schuld veroorzaken van een ongeval met letsel of de dood (art. 6 WVW).
Wat een zaak ingrijpend maakt, is zelden alleen de straf. Het is de ontzegging van de rijbevoegdheid, de maatregel van het CBR en de aantekening op uw justitiële documentatie — samen kunnen die uw werk, uw inkomen en uw VOG raken. Wij verdedigen u op alle drie de sporen tegelijk.
Alle verkeersdelicten uit de Wegenverkeerswet op een rij
De Wegenverkeerswet 1994 kent een vaste reeks strafbepalingen, oplopend van overtreding tot ernstig misdrijf. Ieder artikel heeft eigen bestanddelen, een eigen strafmaat en eigen verweren. Hieronder vindt u ze op een rij; per artikel hebben wij een uitgebreide toelichting geschreven.
Artikel 5 WVW — gevaarlijk rijgedrag. Gedrag dat gevaar of hinder op de weg veroorzaakt of kan veroorzaken. Een overtreding, en het vangnet onder bijna elke verkeerszaak. Lees meer over artikel 5 WVW.
Artikel 5a WVW — zeer gevaarlijk rijgedrag zonder gevolgen. Opzettelijk en in ernstige mate de verkeersregels schenden met levensgevaar voor anderen; sinds 2020 een misdrijf met twee jaar gevangenisstraf als maximum. Lees meer over artikel 5a WVW.
Artikel 6 WVW — dood of letsel door schuld. Een ongeval met zwaar letsel of een dodelijke afloop dat aan uw schuld te wijten is. De mate van schuld — van aanmerkelijke onvoorzichtigheid tot roekeloosheid — bepaalt de straf. Lees meer over artikel 6 WVW.
Artikel 7 WVW — doorrijden na een ongeval. De plaats van een ongeval verlaten terwijl u wist of moest vermoeden dat er schade of letsel was. Wie zich binnen twaalf uur vrijwillig meldt, ontloopt vervolging. Lees meer over artikel 7 WVW.
Artikel 8 WVW — rijden onder invloed. Alcohol, drugs of medicijnen achter het stuur, met vaste grenswaarden en een streng schalenstelsel. De meting is aanvechtbaar. Lees meer over artikel 8 WVW.
Artikel 9 WVW — rijden tijdens een ontzegging. Rijden terwijl uw rijbevoegdheid is ontzegd of uw rijbewijs ongeldig, ingevorderd of geschorst is. Uitgangspunt: onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Lees meer over artikel 9 WVW.
Artikel 10 WVW — straatraces en wedstrijden. Het wedstrijdverbod op de openbare weg, in de praktijk vrijwel altijd gecombineerd met artikel 5a. Lees meer over artikel 10 WVW.
Artikel 11 WVW — joyriding. Andermans motorrijtuig zonder toestemming gebruiken, zonder het te willen houden. Lichter dan diefstal, maar wél een misdrijf. Lees meer over artikel 11 WVW.
Gevaarlijk rijgedrag (art. 5 WVW)
Artikel 5 WVW verbiedt ieder gedrag op de weg dat gevaar of hinder veroorzaakt — of alleen maar kán veroorzaken. Een ongeval is niet vereist en het OM hoeft geen schuld of opzet te bewijzen. Door rood rijden, geen voorrang verlenen, bumperkleven, gevaarlijk inhalen of een aanrijding met alleen blikschade: het valt er allemaal onder. Sinds 2020 staat er maximaal zes maanden hechtenis op, met een rijontzegging tot twee jaar.
Artikel 5 is bovendien het vangnet onder de zwaardere verkeersdelicten. Bij een ongeval met letsel legt het OM artikel 6 primair en artikel 5 subsidiair ten laste; slaagt het schuldverweer, dan blijft artikel 5 vaak over. Toch is ook die veroordeling niet vanzelfsprekend: of er in de concrete situatie werkelijk gevaar dreigde, hangt af van plaats, tijdstip en verkeersdrukte. Lees onze uitgebreide toelichting op artikel 5 WVW, of over het opzettelijke, zeer gevaarlijke rijgedrag van artikel 5a WVW.
Rijden onder invloed van alcohol (art. 8 WVW)
Voor ervaren bestuurders geldt een grens van 0,5 promille (220 µg/l ademalcohol); voor beginnend bestuurders — korter dan vijf jaar in het bezit van een rijbewijs — geldt 0,2 promille (88 µg/l). Wordt die grens overschreden, dan bent u strafbaar; boven een hoger gehalte wordt uw rijbewijs bovendien ter plaatse ingevorderd.
Het rijbewijs wordt in de regel ingevorderd vanaf 1,3 promille (570 µg/l) voor ervaren bestuurders en vanaf 0,8 promille (350 µg/l) voor beginnend bestuurders. De wet stelt op rijden onder invloed maximaal een jaar gevangenisstraf, een fikse geldboete en een ontzegging van de rijbevoegdheid van maximaal vijf jaar — bij recidive tien jaar.
De meeste eerste zaken worden afgedaan met een strafbeschikking of een OM-zitting. Alleen bij een hoog promillage of recidive volgt een dagvaarding voor de politierechter, die zwaarder kan straffen dan het OM. Alle grenswaarden, straffen en verweren staan op onze pagina over artikel 8 WVW.
Rijden onder invloed van drugs
Sinds de invoering van vaste grenswaarden volstaat voor drugs in het verkeer een speekseltest gevolgd door een bloedonderzoek. Voor één soort drug gelden aparte grenswaarden; bij gecombineerd gebruik van meerdere middelen, of drugs én alcohol, gelden strengere, lagere grenzen.
Bij een eerste, enkelvoudige overtreding volstaat het OM vaak met een geldboete. Bij combinatiegebruik wordt doorgaans gedagvaard en is het uitgangspunt een taakstraf met een rijontzegging. En de strafzaak is niet uw enige probleem: het CBR legt er vrijwel altijd een eigen maatregel naast — reden temeer om u direct te laten bijstaan.
De meting is niet heilig
Een ademanalyse, bloedproef of snelheidsmeting is bewijs dat aan strikte voorschriften moet voldoen: een geijkt en goedgekeurd apparaat, de juiste bediening, een correcte wachttijd en een zorgvuldige vastlegging. Wordt daarvan afgeweken, dan kan het resultaat onbruikbaar zijn.
Wij vragen het volledige dossier op — het proces-verbaal, het ijkrapport en de meetgegevens — en toetsen elke schakel. Een onterecht ingevorderd rijbewijs of een onbetrouwbare meting leidt niet zelden tot teruggave, een lagere straf of vrijspraak.
Weigering van het alcohol- of bloedonderzoek
Meewerken aan het onderzoek is geen vrije keuze: weigeren is zelfstandig strafbaar (art. 163 WVW) en wordt in beginsel bestraft alsof sprake was van een zeer hoog promillage. Toch spelen ook hier de voorschriften een rol — is de vordering rechtmatig gedaan en bent u correct gewaarschuwd?
Bent u opgehouden voor verhoor rond een weigering of een hoog promillage, bel ons dan vóór u een verklaring aflegt. Wat u in dat eerste uur zegt, bepaalt vaak de rest van de zaak.
Snelheidsovertredingen
Kleine snelheidsovertredingen lopen via de Wet Mulder: een administratieve boete, geen strafblad. Rijdt u fors te hard — in de regel 30 km/u of meer boven de limiet — dan verschuift de zaak naar het strafrecht, met een strafbeschikking of een dagvaarding als gevolg.
Bij zeer hoge overschrijdingen (in de regel 50 km/u of meer boven de limiet, of 30 km/u voor bromfietsers) wordt het rijbewijs vaak ter plekke ingevorderd. Ook dan geldt: de meting moet kloppen, en tegen invordering en strafbeschikking staan korte termijnen open waarop wij direct handelen.
Uw rijbewijs terug, en de rol van het CBR
Na invordering beslist het Openbaar Ministerie binnen tien dagen over teruggave of langere inhouding. Blijft het rijbewijs ingehouden, dan dienen wij zo snel mogelijk een klaagschrift in bij de rechtbank en onderbouwen wij waarom u het rijbewijs — zeker beroepsmatig — dringend nodig heeft.
Los van de strafzaak kan het CBR een educatieve maatregel of een onderzoek naar uw rijgeschiktheid opleggen, en uw rijbewijs schorsen of ongeldig verklaren. Dat bestuursrechtelijke spoor kent eigen termijnen en eigen bezwaarmogelijkheden; wij bewaken beide sporen in samenhang.
Beginnersrijbewijs: strengere regels in de eerste vijf jaar
Wie voor het eerst een rijbewijs haalt, rijdt de eerste vijf jaar met een beginnersrijbewijs; wie het rijbewijs vóór zijn achttiende haalt, zeven jaar. Aan het pasje zelf ziet u dat niet, maar in die periode gelden strengere regels. De alcohollimiet ligt op 0,2 promille in plaats van 0,5, en het rijbewijs wordt al vanaf 0,8 promille ingevorderd in plaats van vanaf 1,3 promille.
Daarnaast geldt een puntensysteem. Een beginnend bestuurder krijgt een strafpunt bij een ernstig verkeersfeit: gevaar of hinder veroorzaken (art. 5 WVW), een ongeval met zwaar letsel of de dood (art. 6 WVW), bumperkleven boven 80 km/u of fors te hard rijden — meer dan 30 km/u binnen de bebouwde kom of meer dan 40 km/u op de snelweg. Volgt binnen de beginnersperiode een tweede punt, dan moet u uw rijbewijs inleveren en wordt u aangemeld bij het CBR, dat een onderzoek naar uw rijvaardigheid oplegt. Zakt u daarvoor of werkt u niet mee, dan wordt uw rijbewijs ongeldig verklaard en moet u opnieuw rijexamen doen.
Het verschil met een ervaren bestuurder zit dus niet alleen in de strafzaak, maar vooral in alles eromheen. Begaat een beginner een misdrijf zoals rijden onder invloed of een ongeval door schuld, dan volgen eerder een rijontzegging en een maatregel van het CBR, en kan één veroordeling na een eerder punt betekenen dat u helemaal opnieuw moet beginnen: nieuwe lessen, een nieuw examen en maanden zonder rijbewijs. Juist hier loont verweer — elke vrijspraak, lichtere kwalificatie of sepot voorkomt een strafpunt. Lees ook meer over het onderzoek door het CBR.
Strafbeschikking, OM-zitting en verzet
Ontvangt u een strafbeschikking, dan betekent betalen erkennen — met een aantekening op uw documentatie tot gevolg. Bent u het er niet mee eens, dan stellen wij binnen veertien dagen verzet in en leggen wij de zaak alsnog aan de rechter voor.
Bij een OM-zitting (officierszitting) is er vaak nog onderhandelingsruimte over de straf en de duur van de rijontzegging. Goede voorbereiding en de juiste onderbouwing van uw belangen maken daar het verschil.
Recidive en artikel 6 WVW
Wie binnen vijf jaar opnieuw wordt veroordeeld voor rijden onder invloed, valt onder strengere uitgangspunten; in bepaalde gevallen wordt het rijbewijs zelfs van rechtswege ongeldig. Rijdt u daarna toch, dan pleegt u een nieuw misdrijf: rijden tijdens een ontzegging of met een ongeldig rijbewijs (art. 9 WVW). Vroeg ingrijpen kan die uitkomst helpen voorkomen.
Het zwaarst weegt artikel 6 WVW: een ongeval met ernstig letsel of de dood door schuld. De uitkomst hangt af van de mate van schuld — van een moment van onoplettendheid tot roekeloosheid. Dat onderscheid is bevochten terrein en bepaalt of het om een taakstraf of een gevangenisstraf gaat. Wij voeren dat verweer nauwkeurig. Bent u na het ongeval doorgereden (art. 7 WVW), dan weegt dat als strafverzwarende omstandigheid mee.
Wanneer schakelt u ons in
- U bent aangehouden voor rijden onder invloed van alcohol of drugs
- Uw rijbewijs is ter plaatse ingevorderd door de politie
- U heeft geweigerd mee te werken aan de adem- of bloedproef
- U bent fors te hard gereden of betrokken bij een ongeval met letsel
- U heeft een OM-strafbeschikking, oproep voor een OM-zitting of dagvaarding gekregen
- Het CBR heeft een maatregel of onderzoek naar uw rijgeschiktheid aangekondigd
- U bent doorgereden na een aanrijding of heeft zich daarvoor gemeld
- U bent aangehouden terwijl uw rijbewijs was ontzegd, ingevorderd of geschorst
Veelgestelde vragen
Mijn rijbewijs is ingevorderd. Krijg ik het terug?
Bij invordering beslist het OM binnen tien dagen over teruggave of langere inhouding. Wij dienen direct een klaagschrift of verzoek tot teruggave in en onderbouwen waarom u het rijbewijs nodig heeft — snelheid is hier bepalend.
Vanaf hoeveel alcohol ben ik strafbaar?
Voor ervaren bestuurders ligt de grens op 0,5 promille (220 µg/l ademalcohol), voor beginnend bestuurders op 0,2 promille (88 µg/l). Het rijbewijs wordt in de regel ingevorderd vanaf 1,3 promille voor ervaren en 0,8 promille voor beginnend bestuurders.
Kan ik de ademanalyse of meting aanvechten?
Ja. De meting moet aan strikte voorschriften voldoen: ijking en goedkeuring van het apparaat, de wachttijd en de juiste bediening. Fouten daarin kunnen tot teruggave van het rijbewijs, een lagere straf of vrijspraak leiden.
Ik heb geweigerd te blazen. Wat nu?
Weigeren is zelfstandig strafbaar en wordt in beginsel zwaar bestraft. Toch toetsen wij of de vordering rechtmatig is gedaan en of u correct bent gewaarschuwd. Leg uw zaak voor voordat u verder verklaart.
Wanneer wordt een snelheidsovertreding een strafzaak?
Kleine overschrijdingen lopen via de Wet Mulder (administratief, geen strafblad). Vanaf ongeveer 30 km/u te hard verschuift de zaak naar het strafrecht; bij circa 50 km/u of meer te hard wordt het rijbewijs vaak ingevorderd.
Wat doet het CBR en staat dat los van de strafzaak?
Ja, dat is een apart, bestuursrechtelijk spoor. Het CBR kan een educatieve maatregel of een onderzoek naar uw rijgeschiktheid opleggen en uw rijbewijs schorsen of ongeldig verklaren. Wij bewaken de straf- en CBR-procedure in samenhang.
Ik heb een beginnersrijbewijs. Wat zijn de gevolgen van een verkeersdelict?
Strenger dan voor ervaren bestuurders. U bent al strafbaar vanaf 0,2 promille en bij ernstige verkeersfeiten krijgt u een strafpunt. Twee punten binnen de beginnersperiode (vijf jaar, of zeven jaar als u het rijbewijs vóór uw achttiende haalde) betekent: rijbewijs inleveren, een rijtest bij het CBR en bij zakken opnieuw rijexamen. Laat u daarom bijstaan voordat een punt definitief wordt.
Ik kreeg een strafbeschikking. Moet ik betalen?
Betalen betekent erkennen, met een aantekening op uw documentatie. Bent u het er niet mee eens, dan stellen wij binnen veertien dagen verzet in en leggen wij de zaak alsnog aan de rechter voor.
Wat riskeer ik bij artikel 6 WVW?
Bij een ongeval met ernstig letsel of de dood door schuld kan een gevangenisstraf, taakstraf en een lange rijontzegging volgen. De mate van schuld — van onvoorzichtig tot roekeloos — bepaalt de uitkomst. Dat verweer voeren wij nauwkeurig.
Ik heb mijn rijbewijs voor mijn werk nodig. Telt dat mee?
Ja. Persoonlijke en beroepsmatige gevolgen wegen mee in de strafmaat en bij een klaagschrift. Goed onderbouwd kan dat het verschil maken tussen wel en geen onvoorwaardelijke rijontzegging.
Welk artikel van de Wegenverkeerswet is op mij van toepassing?
Dat staat in de tenlastelegging, de strafbeschikking of het proces-verbaal. De belangrijkste zijn art. 5 (gevaarlijk rijgedrag), 5a (zeer gevaarlijk rijgedrag), 6 (ongeval door schuld), 7 (doorrijden), 8 (rijden onder invloed), 9 (rijden tijdens ontzegging), 10 (wedstrijden) en 11 (joyriding). Per artikel hebben wij een uitgebreide toelichting; twijfelt u, bel ons dan.
Wat is het verschil tussen artikel 5, 5a en 6 WVW?
Artikel 5 is een overtreding: gevaar of hinder veroorzaken, zonder dat schuld of opzet nodig is. Artikel 5a is een misdrijf: opzettelijk en in ernstige mate de verkeersregels schenden met levensgevaar voor anderen. Artikel 6 is een misdrijf waarbij een ongeval met letsel of de dood aan uw schuld te wijten is. De kwalificatie bepaalt het verschil tussen een boete en jaren gevangenisstraf.