Artikel 5 WVW: gevaar of hinder op de weg — het vangnet van het verkeersstrafrecht

Artikel 5 van de Wegenverkeerswet verbiedt ieder gedrag op de weg dat gevaar of hinder veroorzaakt — of alleen maar kán veroorzaken. Die ruime formulering maakt het tot het meest gebruikte vangnet in het verkeersstrafrecht: waar een zwaarder verwijt niet rond komt, valt het OM terug op artikel 5. Juist daarom loont het om de verdenking scherp te toetsen.

Lees wat u precies wordt verweten

Artikel 5 wordt vaak naast of onder een zwaarder feit gezet (art. 5a of art. 6 WVW). Welke gedraging concreet in de tenlastelegging staat, bepaalt uw verweer. Vraag het proces-verbaal op voordat u iets verklaart.

Verklaar niet over wat u "had moeten zien"

Bij artikel 5 draait het om de gedraging, niet om uw schuld. Een verklaring waarin u toegeeft onoplettend te zijn geweest, wordt later gebruikt om artikel 6 rond te krijgen. Overleg eerst met ons.

Bewaar alles wat de situatie vastlegt

Dashcambeelden, foto’s van de plek, namen van getuigen en de weersomstandigheden. Of er werkelijk gevaar dreigde, hangt af van de concrete situatie — en die moet u kunnen laten zien.

Let op de termijnen

Krijgt u een strafbeschikking, dan heeft u veertien dagen voor verzet. Betalen betekent erkennen, met een aantekening op uw justitiële documentatie. Bel ons voordat die termijn verstrijkt.

Wat staat er in artikel 5 WVW?

De wettekst is kort: "Het is een ieder verboden zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd." Het artikel richt zich tot iedereen — automobilisten, fietsers, voetgangers — en vereist geen concreet ongeval. Dat gevaar of hinder had kúnnen ontstaan, is al voldoende.

Artikel 5 is een overtreding, geen misdrijf. Het OM hoeft geen opzet en geen schuld te bewijzen; alleen de gedraging en het (mogelijke) gevaar. Daar staat tegenover dat een beroep op afwezigheid van alle schuld (avas) open blijft: kon u er werkelijk niets aan doen, dan volgt vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging.

Welke gedragingen vallen onder artikel 5?

In de praktijk gaat het om door rood rijden waarbij ander verkeer moet remmen, geen voorrang verlenen, gevaarlijk inhalen, bumperkleven, onvoldoende rechts houden, een onverwachte manoeuvre, slingerend rijden of een aanrijding waarbij het OM geen schuld in de zin van artikel 6 kan aantonen. Ook een ongeval met uitsluitend blikschade wordt vaak als artikel 5 afgedaan.

De grens met andere bepalingen is belangrijk. Lichte verkeersfouten zonder gevaarzetting horen thuis in de Wet Mulder (administratieve boete, geen strafblad). Opzettelijk en ernstig gevaarlijk rijgedrag valt sinds 2020 onder het zwaardere artikel 5a WVW. Het OM kiest die kwalificatie niet altijd juist — en die keuze bepaalt het verschil tussen een boete en een gevangenisstraf.

Welke straf staat op artikel 5 WVW?

Sinds 1 januari 2020 is de strafbedreiging verhoogd: hechtenis van ten hoogste zes maanden of een geldboete van de derde categorie. Daarnaast kan de rechter een ontzegging van de rijbevoegdheid opleggen van maximaal twee jaar, en bij herhaling binnen twee jaar maximaal vier jaar.

In de meeste zaken blijft het bij een geldboete via een strafbeschikking; de richtlijnen van het OM gaan bij een motorvoertuig uit van enkele honderden euro’s, oplopend bij een ongeval en bij recidive. Bij een ongeval met ernstig letsel of de dood waarbij artikel 6 niet bewezen kan worden, hanteert het OM als uitgangspunt een hogere geldboete of een taakstraf met een onvoorwaardelijke rijontzegging. Ook kan de politie het rijbewijs invorderen als het gedrag "ernstig gevaar voor de verkeersveiligheid" opleverde.

Artikel 5 als vangnet onder artikel 6

Bij een ongeval met letsel of de dood legt het OM vrijwel altijd artikel 6 WVW primair ten laste en artikel 5 subsidiair. Slaagt het verweer dat er geen "aanmerkelijke onvoorzichtigheid" was, dan volgt vaak alsnog een veroordeling voor artikel 5 — met een veel lagere straf, maar wél met een aantekening.

Wij voeren daarom altijd op twee niveaus verweer: tegen de schuld onder artikel 6 én tegen de gevaarzetting onder artikel 5. Beide vereisen een andere bewijsvoering, en het is de combinatie die de uitkomst bepaalt.

Welke verweren zijn kansrijk?

Het eerste verweer is feitelijk: was er in de concrete situatie werkelijk gevaar of hinder mogelijk? Door rood rijden op een verlaten kruising om vier uur ’s nachts is niet hetzelfde als door rood rijden in de spits. Rechters kijken naar plaats, tijdstip, verkeersintensiteit en zicht.

Daarnaast toetsen wij of de gedraging wel juist is gekwalificeerd (Mulder-feit in plaats van artikel 5), of de waarneming van de verbalisant standhoudt, of er sprake was van overmacht of noodtoestand (uitwijken voor een ander gevaar) en of u een beroep kunt doen op afwezigheid van alle schuld — bijvoorbeeld bij een onvoorzienbaar technisch mankement.

De gevolgen buiten de strafzaak

Een veroordeling voor artikel 5 is een overtreding en weegt lichter dan een misdrijf, maar komt wél op uw justitiële documentatie. Bij een VOG-aanvraag voor een functie waarin rijden centraal staat — chauffeur, koerier, vertegenwoordiger — kan dat meewegen.

Bij herhaald verkeersgevaarlijk gedrag kan het CBR daarnaast een educatieve maatregel gedrag (EMG) of een onderzoek naar uw rijvaardigheid opleggen. Dat bestuursrechtelijke spoor loopt los van de strafzaak en kent eigen termijnen.

Meer over verkeersdelicten

Artikel 5 grenst aan het opzettelijk gevaarlijk rijgedrag van artikel 5a WVW en aan het ongeval door schuld van artikel 6 WVW. Het complete overzicht van het verkeersstrafrecht vindt u op onze pagina verkeersdelicten.

Direct hulp bij een verdenking van artikel 5 WVW

Een strafbeschikking voor artikel 5 lijkt klein, maar de aantekening en een eventuele rijontzegging zijn dat niet. Bel 06 20 44 68 60 of gebruik het contactformulier: wij beoordelen nog dezelfde werkdag of verzet of verweer kans van slagen heeft. Het eerste telefoongesprek is gratis.

Veelgestelde vragen

Is artikel 5 WVW een misdrijf?

Nee, een overtreding. De maximumstraf is zes maanden hechtenis of een geldboete van de derde categorie, plus een rijontzegging van maximaal twee jaar. Een veroordeling komt wel op uw justitiële documentatie.

Moet er een ongeval zijn gebeurd?

Nee. Artikel 5 is al overtreden als gevaar of hinder kon ontstaan. Dat er niets is gebeurd, is dus geen verweer op zichzelf — wel dat er in de concrete situatie redelijkerwijs geen gevaar te verwachten was.

Wat is het verschil met artikel 5a en artikel 6 WVW?

Artikel 5a vereist opzet op een ernstige schending van de verkeersregels met levensgevaar of gevaar voor zwaar letsel; artikel 6 vereist schuld aan een ongeval met letsel of de dood. Artikel 5 vereist geen van beide en is daarom het lichtste — en meest gebruikte — vangnet.

Kan ik mijn rijbewijs kwijtraken door artikel 5?

Ja. De rechter kan een ontzegging van maximaal twee jaar opleggen (vier jaar bij recidive), en de politie kan het rijbewijs invorderen als uw gedrag ernstig gevaar opleverde. In de meeste eenvoudige zaken blijft het bij een geldboete.

Ik kreeg een strafbeschikking voor artikel 5. Moet ik betalen?

Betalen betekent erkennen, met een aantekening tot gevolg. U heeft veertien dagen om verzet in te stellen. Wij beoordelen of verzet zinvol is — bijvoorbeeld omdat er geen concreet gevaar was of de kwalificatie onjuist is.

Komt een veroordeling voor artikel 5 op mijn strafblad?

Ja, ook een overtreding wordt geregistreerd in de justitiële documentatie. Voor functies waarin rijden centraal staat kan dat bij een VOG-aanvraag meewegen.

Gerelateerde rechtsgebieden